1.1 Voorlopers

De geschiedenis van onze computer loop terug tot ver vóór onze tijdrekening.    
De eerste computers (to compute) is het Engels voor rekenen) zo zou je kunnen stellen, waren de telramen in het Midden-Oosten en China van 3000 BC.

 

In de 17e eeuw maakte PASCAL BLAISE de eerste telmachine, de PASCALINE. 
Deze was echter niet zeer betrouwbaar.  LEIBNIZ verbeterde deze tot een machine die niet alleen kon optellen, maar ook vermenigvuldigen, delen en worteltrekken.

Rond 1800 gebruikte JACQUARD ponskaarten (cf. afbeelding) om zijn weefgetouwen te automatiseren.

Lees verder...

1.2 eerste generatie computers

De eerste digitale computer werd vlak vóór de tweede wereldoorlog gebouwd.  In 1939 werkte IBM samen met JOHN ATANASOFF van de Harvard University aan een prototype van een elektro-magnetische rekenmachine, die later (in 1947) bekend werd als de HARVARD MARK 1.  Deze machine was enorm: maar liefst 15 meter lang en 2,5 meter hoog, en ongeveer even breed. Dit apparaat kon 72 woorden opslaan en 3 optellingen per seconde maken. De berekeningen werden uitgevoerd door middel van elektrische relais, een soort schakelaars. Aangezien dit mechanische en dus geen elektronische componenten waren spreekt men hier niet van een echte computer.

 Grace Hopper die de eerste computer bug (een geplette mot tussen 2 elektrische panelen) ontdekte stond wereldwijd bekend voor haar werk met de MARK 1.  Grace gebruikte tijdens de tweede wereldoorlog de Mark 1 o.a. om de hoeken te berekenen waarmee de Amerikaanse marine haar munitie moest afschieten. 

De eerste échte computer daarentegen was de ENIAC (Electronic Numerical Integrator and Calculator) die in 1946 werd voltooid (zie afbeelding).Hij was het toenmalig snelheidsmonster van zijn tijd. De ENIAC was nog steeds een kolossaal monster dat een hele kamer innam, maar hij was toch meer dan duizend maal zo snel als zijn elektronische voorgangers.  De ENIAC bevatte 18 000 radiolampen en woog 30 ton.

Lees verder...

1.3 Tweede generatie computers

De volgende enorme ontwikkeling in de computergeschiedenis is de komst van de door BELL TELEPHONE LABORATORIES (o.a. bekend omwille van de uitvinding van de telefoon) ontwikkelde transistors in 1947.  Deze transistors gingen geleidelijk aan de radiolampen vervangen in de computers. We spreken  dan over de tweede generatie computers.

 

Een transistor heeft 2 functies. De eerste is die van schakelaar.  De transistor heeft namelijk slechts 2 ‘standen’, aan of uit.  Zo kunnen (programma)gegevens worden opgeslaan en bewerkt door een aantal transistors aan of uit te zetten (cfr. ponskaarten).

 

De tweede functie is die van versterker.  Op het moment dat een aantal transistors wordt samengevoegd ontstaat een circuit dat een ingevoerde hoeveelheid elektrische stroom kan versterken.

 

Lees verder...

1.4 Derde generatie computers

De derde generatie computers uit de jaren 60 wordt gekenmerkt door het steeds kleiner worden van onderdelen, terwijl tegelijkertijd een ontwikkeling in de opslagmedia gaande is.

 

Door het gebruik van schijven in plaats van de voorheen toegepaste magneetbanden werd de opslagcapaciteit vergroot.

 

De in de tweede generatie ontwikkelde transistors  worden ondergebracht in geïntegreerde circuits.  Zo komt Texas Instruments als eerste op de proppen met de eerste IC’s (Integrated Circuits), ook wel chips genoemd.  Op zo een chip kan men een hele schakeling onderbrengen op een stukje silicium.

 

Lees verder...

1.5 vierde generatie computers

Een nieuwe doorbraak kwam er met de komst van de microprocessor, waarbij de hele processor op één chip was ondergebracht.  INTEL bracht in 1971 haar éérste microprocessor op de markt: de  4004, een 4 bit microprocessor.

Het daaropvolgend jaar komt de eerste microcomputer, zo genoemd omdat hij een microprocessor bevat. Twee jaar later wordt de 8008 ontwikkeld en in 1975 de INTEL 8080.  Deze processor zou het hart gaan vormen van wat velen zien als de eerste personal computer: de ALTAIR.

BILL GATES en PAUL ALLEN, die in 1975 MICROSOFT oprichtten, kopen de eerste programmeertaal BASIC af van iemand anders en herwerken die taal voor de ALTAIR computer.   De ALTAIR gaf ook inspiratie voor de APPLE.  Daarmee was de ALTAIR de voorloper van een reeks “gewone” computers, die men home computers noemde voor hobbyisten.

In 1976 richten STEVE JOBS en STEVE WOZNIAK de APPLE COMPUTER COMPANY op, en in datzelfde jaar kwam de APPLE 1 op de markt  (zie afbeelding van een APPLE computer) voor slechts 666 US dollar. COMMODORE en RADIO SHACK (beter bekend als TANDY) brachten het jaar daarop ook home computers op de markt.  De grote bedrijven snapten niet wat al die hobbyisten in hobby computers zagen.

In 1978 komt INTEL met de fameuze 8088-microprocessor .  Deze chip vond zijn plaats in IBM’s eerste personal computer, en maakte Intel daardoor tot ’s werelds grootste chipfabrikant.

In 1980 bracht INTEL de 80286 uit en deze chip werd gaandeweg  wereldwijd in miljoenen PC’s gebruikt.

IBM ontwikkelde in 1981 zijn eerste personal computer onder impuls van het succes dat APPLE boekte met zijn PC’s. De processor kwam van INTEL (de 8088, en later de 80286) en het besturingssysteem (PC-DOS) kwam van MICROSOFT.  Deze PC kwam op de markt met als naam XT (Extended Technology).

 

Lees verder...

geschiedenis electronische computers

Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van computers een snelle vlucht. In het Verenigd Koninkrijk werd van de Colossus gebruikgemaakt om Duitse geheime codes te kraken, onder andere die van de Enigma-codeermachine. De Colossus was de eerste elektronische computer, gebruikmakend van elektronenbuizen. De eerste computer in de VS was de ENIAC, die enkele klaslokalen in beslag nam. De eerste computer in Nederland was de ARRA bij het Mathematisch Centrum. De eerste computer in een commerciële omgeving was de Miracle, een Ferranti Mark I bij het Shell-laboratorium in Amsterdam.

1946 - eerste eniac computer

In de periode dat het permanente geheugen (de
harde schijf) nog niet algemeen bestond, was het invoeren van gegevens of programma's in een computer vrij moeizaam. Dit gebeurde oorspronkelijk met schakelaartjes en ponsband, nog iets later met ponskaarten, en in een nog later stadium met magneetbanden.

geschiedenis mechanische computers

De geschiedenis van de computer begint met de geschiedenis van het rekenen. Vanouds hebben mensen hulpmiddelen ontwikkeld voor berekeningen die niet gemakkelijk uit het hoofd gemaakt konden worden, zoals de kerfstok en het telraam (abacus). Toen de behoefte aan berekeningen steeds complexer werd ontwikkelde men tabellen met hulpgegevens (bijvoorbeeld logaritmetabellen als hulp bij het vermenigvuldigen). Ook de rekenliniaal was een uitvinding om het rekenen makkelijk te maken.
oude mechanische computer

Als er zeer veel gerekend moest worden werden veel mensen ingezet. Deze zaal met rekenaars werd dan ook aangeduid met het woord computer. In het Verenigd Koninkrijk waren naar aanleiding van de koloniale scheepvaart veel centra met menselijke computers ontstaan. Deze maakten tabellen die voor navigatie konden worden gebruikt. Ook in andere gebieden vonden deze tabellen gretig aftrek, zoals de astronomie.

Lees verder...